Omscholingsproces

Na de drafsport komen de meeste dravers op de markt als rijpaard. Dit is goed nieuws, want door hun fantastische karakter zijn ze hier uitermate geschikt voor! De meeste dravers worden verkocht als zadelmak zijnde, maar dan begint eigenlijk het hele omscholingsproces pas. Dit is eigenlijk ook het onderdeel waarover wij de meeste vragen krijgen. Om die reden hebben wij Cathy Olsthoorn gevraagd voor ons een stukje te schrijven. Cathy heeft al vele dravers succesvol omgeschoold en wil jullie graag meenemen in het hoe, wat en waarom van het omscholingsproces.

Als je op deze link klinkt heb je waarschijnlijk net een draver gekocht, ben je van plan er een te gaan kopen of ben je gewoon geïnteresseerd in hoe zo’n omscholingsproces nu precies werkt. Leuk!

Waarschijnlijk hebben mensen in je omgeving jou gewaarschuwd toen je vertelde dat je van plan was een draver te gaan kopen, dravers kunnen immers niet galopperen en vooral alleen maar hard! Wat een onzin zegt de andere helft: ‘Mijn draver kan prima galopperen en is super braaf!’

Oke, kleine reallity check. Het ras heet niet voor niets ‘ draver’ , wil jij later naar de Olympische Spelen dan hebben we nu een probleem. Wil jij echter gewoon met een fantastisch karakterpaard kijken hoe ver je komt en hoe je hem rijtechnisch zo goed mogelijk kan begeleiden? Dan gaat het helemaal goed komen!

Wie ben ik en waarom denk ik dat het goed gaat komen?
Ik ben Cathy Olsthoorn, mijn ouders hebben al 25 jaar een pensionstal in Zuid-Holland, in ons DNA stroomt de draver-verslaving. Mijn opa’s opa reed al races om de kerk, en de drafsport is van generatie op generatie overgebracht. Vroeger reed ik vooral dravers onder het zadel, later ging ik trainen voor de koers en reed ik ook races. Tegenwoordig doe ik een mix van alles.
Per jaar scholen wij enkele dravers om, niet om hier geld aan te verdienen, want daarvoor staan bij ons veel te lang. Maar wel om dit goed te doen, en te zoeken naar een blijvend huisje, waarbij we een nieuwe eigenaar( mocht die dat willen) altijd helpen en dus behalve een rijtechnisch goed omgeschoolde draver afleveren, ook een stukje nazorg bieden. Want een draver omscholen, dat is gewoon niet niks.

In dit stuk vertel ik de manier waarop wij onze dravers omscholen, ik zeg niet dat dit dé manier is maar het is zeker een start! Onderstaande is een globale planning voor het omscholen van een draver, een paard heeft nooit een schema, je moet altijd aanpassen aan het dier. En het allerbelangrijkste is om dit af te wisselen met leuk werk zoals buitenritten, dit houd het voor beiden leuk!

Stap 1

Oke, je hebt een draver gekocht, over het algemeen is de staat waarin een draver zich bevindt bij aankoop: zadelmak. Dat lijkt heel wat maar stelt allemaal niet zoveel voor, ze zijn immers voor de kar lopen gewend dus alle hulpen zitten er redelijk op. Wat wil je dan? Erop klimmen en zo snel mogelijk!
Dat doen wij dus niet, wij beginnen met grondwerk. En daarmee bedoelen wij wijken voor druk en de stemhulpen leren. Wijken voor druk helpt enorm om een draver been te leren begrijpen, de meeste dravers hebben geen idee wat je daar mee bedoeld, als een paard snapt dat hij opzij moet voor jouw hand gaat hij ook snappen dat dit ook voor je been moet. Ook leer je hem met longeren stemhulpen aan. Je doet dit in stap en draf. Galop begin je nog niet aan. Om je paard sterker te maken gebruik je hulpmiddelen zodat hij leert andere spieren te gebruiken. Bij deze stap kun je grondwerk natuurlijk uitbreiden, afhankelijk van waar jouw passies liggen. Je kunt Natural Horsemanship gebruiken of juist een balkje of hindernis, houd het afwisselend want dat vinden dravers leuk!

Stap 2

Als je denkt dat hij snapt dat hij ook laag kan lopen met zijn hoofd in een ontspannen tempo en goed reageert op je stemhulpen kun je verder naar stap 2. Stap 2 is er op! Dit hoeft heus geen maanden te duren, maar een paar weken voorbereiding in stap 1 zorgt ervoor dat stap 2 begint met minder frustratie. Wij rijden op dit moment maximaal 20 minuten. Zo’n 3 keer per week, afgewisseld met de dingen die in stap 1 benoemd zijn. Tijdens dit rijden zijn wij bezig met de volgende 3 zaken:

  • Tempo beheersing: dat wil zeggen dat je vanaf het begin af aan consequent moet zijn in het tempo wat je verwacht, dit alleen in stap en in draf.
  • Ontspanning: Het belangrijkste is om je draver ontspannen te krijgen, zorg dat je je paard beloond op het moment dat hij dit laat zien, dit klinkt gek maar: stap af op het moment dat dit goed gaat. Al ben je nog maar 10 minuten bezig. Leer hem dat rijden leuk is en dat hij het goed doet als hij ontspant. Dit stuk is te uitgebreid om diep op in te gaan en ik denk dat een instructeur je bij dit deel het beste kan helpen. Echter als je stap 1 goed heb uitgevoerd moet dit niet al te moeilijk zijn. Daarnaast wil ik aangeven dat veel instructeurs werken met veel druk op de teugels tijdens het nageefelijk rijden, iets wat bij een draver vaak averechts werkt. Leer loslaten!
  • Recht maken: Zorg dat je paard recht word, op internet zijn vele stukken te vinden over recht richten, ook hierbij geldt dat een instructeur onmisbaar is. Bedenk dat dravers op hoge snelheid ‘binnestebuiten’ de bocht door gaan en dat je dus eerst terug moet naar ‘recht’ de bocht door, voordat je binnenstelling vraagt. Veel instructeurs gaan hier te vaak voor, recht een bocht door is voor een draver ook al een hele stap.

Wissel stap 2 af met een toevoeging aan het grondwerk, namelijk de galop.

draver-door-de-bochtStap 3

Als je paard op een gegeven moment redelijk ontspannen en recht door de bak gaat en veranderd is in zijn bespiering ( voor en na foto’s zijn altijd een mooi hulpmiddel) pak je stap 3 erbij. De galop. Wij beginnen hier niet eens aan voordat stap 1 en 2 in orde zijn. Waarom zou je een paard iets laten doen wat hij moeilijk vind als hij de minder moeilijke zaken ook nog niet goed kan?

Wij beginnen met galop aan de longeerlijn, vaak met behulp van 1 balkje. We leren ze op die manier ‘sprong’ aan, op het moment dat het paard over dat balkje heen springt zeg je het woord galop en zet je door, op die manier leren ze aan te springen met 1 sprong i.p.v. dat je hem 4 rondes in keiharde draf hebt voordat hij in de galop valt.
De eerste tijd is alleen het aanspringen voldoende, je beloond en haalt het paard direct naar je toe zodra hij een sprong galop heeft laten zien. In plaats van door te zetten met iets wat hij moeilijk vind stop je dus direct als hij dit goed heeft gedaan. Dit is goed voor zijn zelfvertrouwen en dit zorgt ervoor dat hij gaat weten: ‘Als ik dit moeilijke deel heb gedaan ben ik klaar’ .
Kijk niet naar de hoeveelheid sprongen in het begin, kijk naar hoe hij aanspringt. De kracht om de galop uit te breiden komt vanzelf, dit train je namelijk in de loop van enkele werken gezamenlijk met de rijtechnische doelen uit stap 2. Uiteindelijk heb je je draver dus zo’n 3 keer per week aan de longe en dan oefen je het aanspringen. Langzaam breidt je dit uit, dus vanuit 1 sprong ga je naar 2 sprongen tot een uiteindelijke mooie volte of 4/5. Kan hij het beter aan de ene kant dan aan de andere kant, laat dit dan vooral zo, dit komt vanzelf als je stappen maakt met het recht maken. Ook dit breid je uit met hulpmiddelen waardoor hij leert de galop te doen in een ontspannen houding.

Tempo is the key, jaag ze niet in de galop, leer ze dat eruit vallen niet erg is als ze daarna maar weer in een rustig tempo verder draven. Dit levert je heel veel profijt op voor later. Zorg dat je zelf geen haast hebt, al duurt dit stuk 2 maanden, waar hebben we het dan over als dat uiteindelijk een beheerste handgalop oplevert?

Stap 4

De galop onder het zadel: Ja, hier krijgen wij dan altijd de meeste vragen over, maar in principe is dit echt een peace of cake als je tot en met stap 3 goed heb uitgevoerd. Je hebt dan namelijk in 3 maanden een redelijk recht, goed te controleren in tempo, ontspannen paard. Dit paard heeft plezier in het rijden, ervaart geen stress als er iets moeilijks van hem wordt gevraagd en heeft de bespiering om jou te kunnen dragen in de galop.
Het enige wat je dan toevoegt aan de galop aan die longeerlijn is een ruiter erop. En het maakt voor die draver dan helemaal niks meer uit of die hulp aan de longeerlijn dan gegeven wordt met of zonder ruiter! Doe het hierbij hetzelfde als toen je begon aan de longeerlijn, 3 galopsprongen is prima en stap direct af, beloon hem door te stoppen met het werk. Deze stap gaat meestal zo enorm snel dat je binnen 3 weken van 3 sprongen galop naar hele volte’s galop gaat.

Eerste keer galop en de galop een week later.
Deze filmpjes laten zien hoe makkelijk de galop kan gaan als alle stappen netjes gevolgd worden. Dit paard stond pas 6 weken bij Cathy in training en pakte het heel makkelijk op. Maar geef jezelf en je draver ruim voldoende tijd om de stappen te doorlopen en dan is die galop een eitje

De conclusie van het verhaal is dus eigenlijk: Neem je tijd in het voorwerk en zet er vooral geen druk op, dan gaat het uiteindelijk vanzelf!

2015Ballo